“Wir sind wer”
Ik weet ook wel dat ik verdacht overkom, wanneer ik roep dat de miljoenen euro’s die we investeren in Maastricht Culturele Hoofdstad meervoudig naar ons terugvloeien. Ik vertegenwoordig immers de sector die het meest profiteert: het toerisme. Wíj hebben dit mega-evenement inderdaad hard nodig om onze toeristische miljardeneconomie op peil te houden en om onze 20.000 directe werknemers hun baan te garanderen. Wij zijn op dit moment immers voor 90% van onze overnachtingen afhankelijk van Nederlanders en die Nederlanders gaan alsmaar minder in eigen land op vakantie. Nu groeien we nog wel, maar onze toekomst ligt door deze ontwikkeling toch in het buitenland. Echter, dat buitenland negeert ons. We krijgen maar moeilijk over de Bühne dat wij een prachtige vakantiebestemming zijn. De titel Culturele Hoofdstad opent ons in één klap de gordijnen naar dat internationale toneel. Alle schijnwerpers zijn voor even op ons gericht, waarna we eindelijk in Europa positie krijgen als ‘dat Toscane van het Noorden’.
Maar ook dagtoeristisch is dit evenement voor onze sector van levensbelang. De grenspalen op de weg zijn weliswaar verdwenen, maar de barrières in onze Euregionale hoofden bestaan nog steeds. Het grensoverschrijdend dagtoerisme is nog minimaal. Wij gaan wel de grens over, maar wij blijven het omliggende buitenland toch als exotisch zien. Aan de andere kant van de grens is dat niet anders. De Akenaar rijdt nog steeds 45 minuten naar de Skihalle in Neuss, terwijl Snowworld in Landgraaf op 15 autominuten ligt. Ook hierin brengt Culturele Hoofdstad verandering. Doel is immers ook het weghakken van al die obstakels die ons hinderen om volop te genieten van dat vele moois om ons heen. Ook in Aken, Eupen, Hasselt en Luik. En vise versa. Let wel: in Aken en Luik alleen al wonen ruim één miljoen mensen die wij heel graag in ónze attracties, in ónze horeca en in ónze winkels ontvangen.
Maar niet alleen het toerisme profiteert van de titel Culturele Hoofdstad. Ook de ‘normale economie’ plukt er de vruchten van, vooral via het fenomeen ‘beeldvorming’. Een regio die Culturele Hoofdstad is geweest, stelt in de hoofden van de buitenwacht wat voor. “Auf einmal ist man wer,” zei een collega uit de Duitse Ruhrpot laatst, nadat ze met Ruhr2010 de wereld hadden verbaasd met de schoonheid van hun oude industrieregio. Opeens ben je iemand. Een manager van het LIOF vertelde mij ooit dat investeerders niet alleen op basis van kale getallen beslissen om zich ergens te vestigen. Ze laten zich ook leiden door zachtere waarden. Is het een gebied om fijn te wonen? Heeft de streek een goede naam? Hetzelfde gebeurt in de hoofden van die hoogopgeleide kenniswerkers die we willen werven. Ook zij willen het gevoel hebben dat ze naar een regio verhuizen waar ‘het’ gebeurt, waar aan de toekomst wordt gewerkt. En onze eigen jeugd denkt niet veel anders. In wezen is het zo dat de titel ‘Culturele Hoofdstad van Europa’ je als regio in de Adelstand der bestemmingen verheft. Je gaat er echt toe doen. Wir sind wer. Die gedachte is voor sommigen hier in Zuid-Limburg best wennen, schat ik zo.
Bron: VVV Zuid Limburg
Tags:Culturele Hoofdstad, economie, euregio, Europa, Heuvelland, Maastricht, ontwikkeling, vvv Zuid Limburg
Op 17 maart 2012 verschijnt de 500e wandelroute op de website 
















Artikelen (RSS)